Opinie / Column · ISRAËL
De ene kant loste een vluchtelingencrisis op, de andere gebruikt het nog steeds als wapen
Een ijsje bij salon GOLDA in Jaffa brengt Henk Folkers bij Golda Meir — en bij de morele asymmetrie in hoe Israël en de Arabische wereld met hun vluchtelingen omgingen.

De column
Als ik in Jaffa soms trek heb in een lekker ijsje, loop ik graag een paar straten verder naar een ijssalon genaamd GOLDA. Zo ook vandaag. Heerlijk ijs, echter met Israëlische prijzen. Voor wie dit fantastische land wil ontdekken: de prijzen zijn hier hoog.
Zo moest ik ook gisteren denken aan Golda Meir. Deze eerste vrouwelijke premier van Israël kon met een ongekunstelde helderheid haar standpunt uiteenzetten.
Voordat ook maar één centimeter van de Westelijke Jordaanoever (Judea en Samaria, met Oost-Jeruzalem) of de Gazastrook door Israël werd gecontroleerd, waren die gebieden vanaf de wapenstilstand van 1949 tot de oorlog van 1967 in handen van Jordanië en Egypte. Er was toen nog geen sprake van een onafhankelijke Palestijnse staat; Jordanië en Egypte stichtten die ook niet.
De Arabische leiders die in 1948 de oorlog begonnen — en later de Egyptische president Nasser, ook rond de Suez-crisis — wilden geen ander land erbij. Ze wilden de vernietiging van Israël en waren daar open over. Geen Joods land voor de oorspronkelijke Joodse bewoners.
Als ik decennia later naar haar woorden luister, valt me vooral de verregaande morele asymmetrie op in hoe de wereld met vluchtelingen omgaat.
Terwijl de Joodse staat miljoenen mensen opnam, onder wie honderdduizenden Holocaust-overlevenden uit Europese ontheemdenkampen en bijna 850.000 Mizrahi-Joden die uit Arabische landen werden verdreven, maakte de Arabische wereld een bewuste, berekende keuze om precies het tegenovergestelde te doen.
Ze namen hun geloofs- en stamgenoten uit het voormalige Britse mandaatgebied Palestina gewoonweg niet op. Ze hebben hen als wapen gebruikt. Ze hielden hen vast in permanente kampen (zie mijn artikel over Jordanië), maakten hen tot een blijvend politiek instrument, lieten een eigen vlag bedenken (de Jordaanse vlag zonder de Hasjemitische ster, tot ergernis van koning Hoessein) en gaven die status door.
Generatie op generatie. Niet uit zorg, maar om een bloedende wond levend te houden als permanent excuus voor het voortdurende geweld tegen Joden.
Israël loste zijn vluchtelingencrisis op door doorzettingsvermogen, verantwoordelijkheid en integratie. De Arabische leiders institutionaliseerden menselijk lijden in dienst van een ideologie van eliminatie.
Let wel: meer dan twintig jaar geleden, in 2005, trok Israël zich zelfs eenzijdig terug uit de Gazastrook, na jaren van aanslagen op burgers, in de hoop op een zo vurig gewenste vrede.
In ruil daarvoor ontving Israël het bloedbad van 7 oktober.
Voor de heldere uitleg van Golda Meir zelf: bekijk de video.
Trust & Transparency
The Emet Standard →Sources & Documents
Interviews & other sources
- Press AgencyGolda Meir on the Arab refugee question (video)
Corrections, Clarifications & Updates
No corrections, clarifications or updates recorded for this story.
Spotted an error? Corrections & Updates →
Reader conversation
Comments
Checking your sign-in…
Read next

Meer dan 550 christelijke leiders uit 51 landen bijeen in Jeruzalem voor aanbidding en gebed
Een internationale delegatie van Eagles’ Wings kwam tijdens Soekot samen bij de Toren van David, vlak voor de derde herdenking van de aanslagen van 7 oktober.

De genocidevragen
Overal klinkt het woord genocide als beschuldiging tegen Israël. Correspondent Henk Folkers legt de deskundigen vijfentwintig vragen voor.

Duizenden dansen met thorarollen in Jeruzalem, drie jaar na 7 oktober
In de nacht na Simchat Thora trokken duizenden Israëli's de straten van Jeruzalem op voor Hakafot Shniyot — dansen met thorarollen bij de Klaagmuur, in Liberty Bell Park en bij het First Station. Drie jaar na het bloedbad van 7 oktober droeg de vreugde herinnering en vastberadenheid.


No approved comments yet.